Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
Waarom een Wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening?
Een belangrijk uitgangspunt van het kabinetsbeleid is het voorkomen en wegnemen van drempels die de participatie van burgers belemmeren. Het is economisch niet verantwoord en uit sociaal oogpunt niet wenselijk dat mensen buiten de samenleving komen te staan. Het kabinet investeert daarom in maatregelen die de mogelijkheden tot participatie vergroten, waarbij participatie op de arbeidsmarkt voorop staat. Een belemmering bij arbeidsparticipatie zijn (problematische) schulden. Daarom vindt het kabinet het van groot belang om (problematische) schulden te voorkomen of op te lossen. Hiervoor zijn schuldenaren en schuldeisers in de eerste plaats zelf verantwoordelijk. Als mensen toch hulp nodig hebben, kunnen zij bij de gemeente terecht.
Het is aan de gemeente om hen snel, effectief en het liefst zo vroeg mogelijk te helpen, maar dit wordt er niet gemakkelijker op. Door de economische crisis raken steeds meer mensen in financiële problemen en veranderen aard en omvang van de schulden. Schuldhulpproblematiek wordt hierdoor complexer, terwijl gemeenten naar verwachting de komende jaren over minder middelen beschikken. Zij staan voor de uitdaging om meer te doen met minder. Bovendien blijkt uit onderzoek dat de uitvoering van schuldhulpverlening in veel gevallen voor verbetering vatbaar is. Reden te meer om schuldhulp effectiever te maken.
Wat betekent het Wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening voor u?
Om schuldhulpverlening effectiever te maken, is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ontwikkeld. Daarmee krijgen gemeenten expliciet de verantwoordelijkheid om schuldhulpverlening uit te voeren. Het wetsvoorstel schrijft maar heel beperkt voor hoe gemeenten de schuldhulpverlening moeten uitvoeren. Gemeenten worden zo gedwongen goed na te denken over hun aanpak van schuldhulpverlening en deze vast te leggen in een beleidsplan.
Belangrijke onderdelen van het wetsvoorstel zijn:
- Gemeenten moeten beleidsplannen maken die richting geven aan integrale schuldhulpverlening. Preventie is een onderdeel waaraan in ieder geval aandacht moet worden besteed.
- De plannen voor een integrale aanpak van de schuldhulpverlening worden per gemeente voor een periode van maximaal vier jaar opgesteld.
- De schuldhulpverlening moet breed toegankelijk zijn: er worden geen groepen mensen op voorhand uitgesloten.
- Er gelden regels voor wacht- en doorlooptijden: de maximale wachttijd bedraagt 4 weken. Voor bedreigende schulden geldt een maximum van 3 werkdagen. De gemeente geeft globaal inzicht in de doorlooptijd. Dat wil zeggen: het aantal weken tussen het eerste gesprek en het bereiken van resultaat.
Status Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
Het wetsvoorstel is op 30 juni 2011 aangenomen door de Tweede Kamer en op 7 februari 2012 door de Eerste Kamer.
De Tweede Kamer heeft de wet op een aantal punten gewijzigd:
- Aan het beleidsplan dat de gemeenteraad moet opstellen wordt een aantal inhoudelijke eisen gesteld. Zo moet zijn vastgelegd welke resultaten de gemeente wenst te behalen en welke maatregelen de gemeente neemt om de kwaliteit van de schuldhulpverlening te borgen. Gemeenten moeten aangeven welke maximale wachttijd voor schuldhulpverlening zij nastreven. Ook moet in het plan staan beschreven hoe de gemeente omgaat met schuldhulpverlening aan gezinnen met minderjarige kinderen.
- Het college krijgt de mogelijkheid om, onder nog nader te stellen voorwaarden, bij de rechtbank een moratorium aan te vragen.
- Personen die bij de gemeente om schuldhulpverlening hebben verzocht, kunnen in aanmerking komen voor een basisbankrekening.
Invoeringsdatum
Op 1 juli 2012 wordt de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ingevoerd. Vanaf dat moment moeten gemeenten ook voldoen aan de nieuwe wet. Het is daarom verstandig al te beginnen met het opstellen van een beleidsplan waarin in ieder geval staat hoe het aanbod van schuldhulpverlening eruit ziet en in welke gevallen burgers hiervoor in aanmerking komen.






